Vanwaar de naam WolvenWijs?
Sommige namen bedenk je niet aan een bureau.
Ze komen terwijl je met je handen in de aarde zit. Of terwijl je probeert recht te blijven in een tijd waarin alles in mekaar lijkt te vallen.
Vorig jaar stierf mijn broer Wouter.
Het verdriet zat niet alleen in mijn hoofd. Het zat in mijn borstkas, mijn keel, mijn benen. Ik ging van bed naar zetel en terug. En toen kwam de lente. Licht. Vogels. Kinderen die buiten speelden. Ik vond het haast niet te dragen.
In die periode bouwde ik een groentebak. Of nee, “bouwde” is veel gezegd. Ik schoof er voet per voet naartoe. Die bak kreeg al snel een naam: Wouters tuin.
Ik zat daar uren. Gewoon te zijn.
Heel stilaan zakte de angst wat. In de tuin lukte ademen weer een beetje. Buiten die tuin laaide de paniek weer op. Dus werd het klein. Niet morgen. Niet volgende week. Gewoon deze stap. Deze adem. Deze voet op de grond.
Daar is iets belangrijks beginnen kantelen.
Ik begon te voelen dat er een soort weten in een lichaam zit. Een oud weten. Eentje dat niet altijd netjes in woorden komt. Zeker niet als je hoofd veel lawaai maakt.
Misschien is dat ook waarom dieren mij zo raken. En de hondachtigen al helemaal.
Bij dieren word je in het moment getrokken. Je ziet wat er nodig is en je past aan. Niet eerst een groot plan. Niet eerst drie schema’s en een mooie presentatie (tegen dat die powerpoint is gemaakt, zit je hond al drie straten verder :-)) . Gewoon kijken. Voelen. Bijsturen.
Aartsmoeilijk, ik weet het.
Ik ben zelf lang vooral een hoofd op stelten geweest. Dat merkte ik ook toen ik zwanger was. Ik was bang van bevallen, omdat ik mijn lichaam niet goed kende. Tot ik begon te lezen over natuurlijk bevallen en voelde: vrouwen doen dit al eeuwen. Er zit kennis in een lichaam, ook als je daar even geen toegang toe voelt.
Voor mij gaat WolvenWijs daarover.
Niet over flink zijn. Niet over alles snappen. Wel over terugkeren naar iets dat dieper zit dan een volle agenda of een druk hoofd.
Ook in mijn werk.
Want als een tool of systeem niet past bij hoe jij denkt, voelt en leeft, dan helpt het je niet echt. Dan maakt het vaak alleen meer ruis. Dus kijk ik liever naar wat er nu nodig is. Wat lichter kan. Wat vandaag al wat meer adem geeft.
Wolvenwijs dus.
Omdat ik meer en meer geloof dat we soms niet méér kennis nodig hebben, maar een stiller moment om te merken wat we eigenlijk al weten.